Welkom op mijn Site | Het kind met een onzichtbare handicap | Vitaliteit van Water | Magnetronvoedsel?Lees dan dit eerst even!! | Magnetron en Inductie, leve de gezondheid | De Gevaren van Elektrosmog | Colloidaal Zilver, het eerste redmiddel | De waarheid over Aspartaam!! | Vitaminen en Mineralen in 2006? Wat gaat er gebeuren?? | De rekening van 100 jaar Materialisme!!!! | Vrouwen in de vervroegde overgang, alsof het niets is!! | Noorwegen | Anna`s Favos Links | Gastenboek | Weblog | Wat is er aan de hand met onze voeding? | Rapport; Tekorten in de Nederlandse Voeding

  Velkommen til Norsk

Een land van Ruimte, Rust en ongerepte Natuur. Een land waar ik vaker naar toe zou willen, zelfs voor langere tijd...

 

 

Inleiding
Noorwegen ligt in de noordwesthoek van Europa en wordt omringd door de Barentszzee in het noorden, de Atlantische Oceaan in het westen en de Noordzee in het zuiden. Aan de oostkant grenst Noorwegen aan Zweden, Finland en Rusland.

Het koninkrijk Noorwegen omvat de eilandengroep Spitsbergen en het vulkaaneiland Jan Mayen in het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan. Noorwegen heeft ook territoriale belangen op het antarctische continent (Peter I Eiland en de sector Queen Maud Land) en in de Zuidelijke IJszee (Bouvet Eiland).

De naam Noorwegen is al terug te vinden in Engelse en Franse aantekeningen uit de negende eeuw, waarin het land Nortuagia, Norwegia en Nordweg wordt genoemd. Het is niet definitief vastgesteld wanneer Noorwegen werd bevolkt, maar er zijn nederzettingen gevonden die waarschijnlijk 8000 tot 10.000 jaar oud zijn, dat wil zeggen uit de oudere steentijd.

Aan het einde van de negende eeuw werd Noorwegen tot één koninkrijk verenigd. Ongeveer honderd tot twee honderd jaar later werd het land gekerstend en kreeg het een steeds nauwer contact met de christelijke cultuur van West-Europa. Noorwegen vormde van 1380 tot 1814 een unie met Denemarken, waarna Noorwegen in een nieuwe unie met Zweden belandde. Deze unie werd in 1905 opgeheven, toen Noorwegen weer een zelfstandige natie werd.

Flitsen uit de geschiedenis van Noorwegen
De geschiedenis van Noorwegen wordt vaak in verband gebracht met de vikingtijd van 800 tot 1000 na Christus. Gedurende die periode voeren Noorse vikingschepen naar de Kaspische Zee in het oosten en naar Ierland in het westen. Ze staken de Atlantische Oceaan over naar Groenland en Noord-Amerika, zeilden via de Middellandse Zee naar Constantinopel (Istanbul) en stichtten koloniën op IJsland, de Faeröer, de Shetlandeilanden en in Normandië in Frankrijk.

In de daaropvolgende eeuwen kreeg het christendom een steviger grip op Noorwegen. De steden Nidaros (nu Trondheim), Oslo en Bergen werden als bisschopzetels gesticht en de koninklijke macht werd tot 1380 geconsolideerd toen Noorwegen in een unie met Denemarken belandde. Het handelsverkeer met Europa nam toe, vooral met Noord-Duitsland, en de hanzeaten kregen grote invloed in Bergen. Met de reformatie verloor de rooms-katholieke kerk in Rome haar macht en het lutherse geloof werd ingevoerd.

In de periode tot 1814 verloor Noorwegen zijn bezittingen in het westen. Middelen van bestaan als zagerijen, haringvisserij en ijzersmelterijen namen toe. Scandinavië werd door verschillende oorlogen geteisterd. Bij het traktaat van Kiel van 1814 moest Denemarken Noorwegen aan Zweden afstaan. Noorwegen kreeg op 17 mei van datzelfde jaar zijn eigen grondwet, maar na een korte oorlog werd Noorwegen in een unie met Zweden gedwongen. Die duurde tot 1905, toen Noorwegen weer een zelfstandig koninkrijk werd met Haakon VII als koning.

Aan het eind van de 19e eeuw beleefde de Noorse scheepvaart haar gouden eeuw. De eerste spoorlijn tussen Oslo en Eidsvoll werd in 1854 aangelegd en de eerste grote emigratiegolf naar Noord-Amerika kwam op gang. De bevolking ging van landbouw voor eigen consumptie over op landbouw voor verkoop van producten en Noorwegen maakte een omvangrijke industrialisatie en urbanisatie mee, terwijl er tegelijkertijd grote sociale hervormingen plaatsvonden.

De eilandengroep Spitsbergen werd in 1920 verworven, de economische wereldcrisis bereikte Noorwegen en in 1935 kwam de Arbeiderspartij voor het eerst aan de macht. Onderbroken door de Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting (1940-1945), regeerde deze partij Noorwegen tot ver in de jaren zestig. Het land werd in 1949 lid van de NAVO na de expansie van de Sovjetunie in Oost-Europa.

Na de oorlog bestond de belangrijkste sociale en politieke taak uit de wederopbouw en de modernisering van de economie en het bedrijfsleven. De kleine dorpen op het platteland raakten in aanzienlijke mate ontvolkt en de bevolkingsdichtheid in steden en grotere dorpen nam toe.

Na een sterke economische groei in de jaren vijftig en zestig kwam in 1973 de oliecrisis, waardoor alles stagneerde. Niet-socialistische en sociaal-democratische regeringen waren afwisselend aan de macht, de immigratie van gastarbeiders nam toe en het milieubewustzijn kwam opzetten.

De Noren zeiden voor het eerst nee tegen het Noorse lidmaatschap van de EU in een referendum in 1972. Een nieuw referendum in 1994 leverde nogmaals nee op voor het EU-lidmaatschap. Tegen het eind van de jaren zestig nam de productie van olie en gas een aanvang en zorgde voor een volkomen nieuwe bedrijfstak in Noorwegen, die samen met de automatisering en telecommunicatie in de jaren negentig van groot belang werd.

Handel, industrie en economie
Noorwegen is een hoog ontwikkeld industrieland en een welvaartsstaat. Traditioneel werken de meeste mensen in de primaire bedrijfstakken, de industrie en bij bouw- en constructiebedrijven. De afgelopen 20 jaar is echter de werkgelegenheid in de openbare sector en in dienstverlenende beroepen toegenomen.

De Noorse staat is rijk aan bos, grond, waterkracht en elektriciteitsbedrijven. De staat wint en produceert samen met particuliere en buitenlandse maatschappijen ook olie en gas op het Noorse continentale plat. Statoil, dat voor 100% eigendom is van de Noorse staat, heeft ook belangen in petrochemische bedrijven aan land.

De hoge materiële levensstandaard in het huidige, moderne Noorwegen berust niet uitsluitend op de natuurlijke bronnen van het land, maar ook op een geleidelijk industrialisatieproces, net zoals dat in andere West-Europese landen is gebeurd. Nadat aan het eind van de jaren zestig met de winning van olie en gas op het Noorse continentale plat werd begonnen, is deze ontwikkeling van de welstand alleen nog maar verder omhoog geschoten.

Handel tussen Noorwegen en Nederland
Al sinds de negende eeuw, ten tijde van de Vikingen, is er handel tussen Noorwegen en Nederland geweest. Vooral in de vijftiende eeuw bloeide de handel tussen beide landen op. Hout was het belangrijkste exportprodukt naar Nederland, maar ook vis en visprodukten bijvoorbeeld stokvis, waren in die tijd veel gevraagde produkten.

Met name de steden Amsterdam en Hoorn importeerden in de zestiende en zeventiende eeuw veel timmerhout uit Noorwegen. Eikenhout uit Zuid-Noorwegen, en later ook grenen- en vurenhout, werd voornamelijk gebruikt in de scheepsbouw. Vermeldenswaardig is dat de houten palen waarop Amsterdam is gebouwd uit Noorwegen afkomstig zijn!

Noorwegen importeerde in die tijd voornamelijk haring, kaas, graan, wijn, sterke drank, zout en textielgoederen uit Nederland.

Tegenwoordig zijn de Europese landen nog altijd de belangrijkste handelspartners van Noorwegen. Bijna 80% van de totale Noorse export gaat naar deze landen.
Sinds de middeleeuwen is Nederland een van de belangrijkste handelspartners van Noorwegen. Als men kijkt naar de export van alle goederen (exclusief olie en gas), is Nederland vandaag de zesde grootste handelspartner van Noorwegen in Europa (na Zweden, Duitsland, Verenigde Koninkrijk, Denemarken en Frankrijk). Wanneer de export van ruwe olie en gas wordt meegerekend in de exportcijfers, komt Nederland op de tweede plaats van de Noorse export landen, na het Verenigde Koninkrijk.

De belangrijkste exportprodukten naar Nederland zijn nog steeds vis en visprodukten, waarvan zalm de belangrijkste vissoort is. Noorwegen is tegenwoordig de grootste leverancier van zalm aan Nederland! Hout en houtprodukten worden ook nog steeds op grote schaal naar Nederland geëxporteerd, maar hun aandeel in de export is niet meer zo overheersend als vroeger. Belangrijk is tegenwoordig de export van half-fabrikaten. Hieronder vallen ondere andere papier en karton, ijzer en staal en non-ferro metaalprodukten, "engineering produkten" (waaronder machines, electrische apparaten en electronische componenten). Belangrijke "manufactured" produkten zijn meubelen, voornamelijk projectmeubelen, pleziervaartuigen, leisteen voor vloeren en wanden (het Amsterdamse Centraal Station is voorzien van Noorse leisteen) en meetinstrumenten. De laatste jaren treft men op de Nederlandse markt ook steeds meer toepassingen aan van Noorse software en telecommunicatiediensten (ICT).

Ook wat betreft de import is Nederland een belangrijke handelspartner voor Noorwegen. Voor de totale import van goederen in Noorwegen is Nederland na Zweden, Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Denemarken het vijfde belangrijkste importland.
Hoewel de import in Noorwegen van traditionele Nederlandse goederen iets groter is dan de export van Noorse produkten naar Nederland, is Noorwegen met zijn dertiende plaats op de ranglijst van Nederlandse exportlanden toch een belangrijke handelspartner voor Nederland.

De belangrijkste Nederlandse produkten die worden geëxporteerd naar Noorwegen zijn landbouwprodukten en levensmiddelen (bloemen, graan, groente, fruit, thee, cacao, tabaksprodukten, etc.). Daarnaast worden geëxporteerd: chemische produkten (bijvoorbeeld medische en pharmaceutische produkten), organische en inorganische produkten, half-fabrikaten (zoals papier en kartonprodukten), textielgoederen, ijzer en staalprodukten, "engineering" produkten (onder meer machines, elektronica, voertuigen, etc.) en diverse "manufactured" produkten, bijvoorbeeld kleding, meetinstrumenten en fotografische produkten.

De scheepvaart heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de handel tussen de beide landen. Rotterdam en Amsterdam zijn belangrijke aanloophavens van de Noorse handelsvloot en Noorwegen is nog steeds een van de grootste gebruikers van de Rotterdamse haven. De Noorse (houten) Zeemanskerk in Rotterdam is daar een duidelijk bewijs van. Alhoewel het aantal zeelieden is afgenomen door o.a. de moderne techniek op de schepen, neemt de kerk nog steeds een centrale plaats in voor de Noorse zeelieden en vrachtwagenchauffeurs in Nederland. De Zeemanskerk is onlangs op de monumentenlijst van Rotterdam geplaatst!

In de loop der jaren hebben zich in Rotterdam en omgeving een groot aantal Noorse bedrijven gevestigd die gerelateerd zijn aan de scheepvaart. Voorbeelden zijn o.a.: Det norske Veritas (classificatie en certificatie van schepen), Unitor Ships Service (diverse scheepsprodukten), Frank Mohn (scheepspompen en pompen voor de olie-industrie), Jo Tankers (rederij/management van chemicalien tankers), Odfjell Tankers (scheepsagent), Jotun (scheepsverf), Kongsberg Norcontrol (scheepsbesturingssystemen en - simulatoren), Lys-Line (rederij lijndiensten).

Andere Noorse bedrijven in Nederland zijn o.a. Hydro Agri (kunstmest), Elkem Distribution Center (metaallegeringen), Hydrogas (industriegassen voor o.a. de landbouw), Statkraft Energy (trading in electriciteit), Bergen Energi (energie makelaars), Elopak (emballagesystemen), Håg (kantoorstoelen en -meubilair), Stokke (meubelen), Helly-Hansen (sportkleding), Nor-Dan (ramen en deuren), Norema (keukens), Norske Skog (krantenpapier), Rieber (leisteen), Tomra (retourmachines voor flessen), Superoffice (softwareprogramma's), Active ISP (webhosting) en Telenor (satelliet- en telecommunicatie).

Visserij, land- en bosbouw
Noorwegen heeft slechts een beperkte hoeveelheid landbouwgrond. Slechts 3% van het oppervlak is vruchtbaar, maar het land heeft rijke visgronden in de zee die voor hoge inkomsten op buitenlandse markten zorgen. De visserij is na olie en gas het belangrijkste voor de export. Noorwegen heeft tegenwoordig een veelzijdige en technologisch geavanceerde vissersvloot en een visserijbeheer dat op een wetenschappelijke en draagkrachtige grondslag is gebaseerd. De laatste jaren zijn viskwekerijen met de productie van zalm en forel een belangrijke tak van industrie met een grote exportmarkt geworden.

De landbouw zorgt voor slechts een paar procent van het bruto nationaal product en landbouwproducten worden slechts in geringe mate geëxporteerd. De natuurlijke omstandigheden verschillen sterk van zuid tot noord. De bedrijfstak wordt gekenmerkt door relatief kleine, goed functionerende bedrijven met een verregaande mechanisatie, waarbij de nadruk ligt op de melk- en vleesproductie, de verbouw van koren voor dierenvoedsel en het houden van kleinvee. De landbouwproductie voldoet voor een groot deel van de behoefte van het land, maar Noorwegen importeert al het graan voor de voedselproductie.

Naast landbouw en visserij zijn er gespecialiseerde industrieën binnen branches als elektronica, meubel- en plezierbootproductie en farmaceutische producten, die op de wereldmarkt zijn gericht. Hetzelfde geldt voor de Noorse bosbouw en papierindustrie, een belangrijke exporteur van papier, karton en cellulose.


 

Industrie en waterkracht

De benutting van de natuurlijke toegang van Noorwegen tot grote waterkrachtbronnen heeft een sleutelrol gespeeld in de industrialisatie en ontwikkelingen van de afgelopen 100 jaar. De waterkrachtbronnen legden de basis voor een elektrometallurgische industrie die tegenwoordig wereldwijd een van de toonaangevende producenten van aluminium, magnesium en ferrosilicium is.

In aansluiting op de waterkracht heeft Noorwegen een aanzienlijke kennis verworven op het gebied van energieproductie en energietransmissie. Waterkracht is een telkens te vernieuwen en haast niet verontreinigende energie. De toegang tot waterkracht heeft er daarom voor gezorgd dat Noorwegen geen energiecentrales nodig heeft die zijn gebaseerd op voor het milieu schadelijke energiebronnen als steenkool en atoomenergie.

Scheepvaart
De Noorse scheepvaart en andere activiteiten door schepen berusten op eeuwenoude tradities met de zee als werkterrein. De lengte van de Noorse kustlijn en het maritieme handelsverkeer van het land hebben boten en schepen tot een belangrijk deel van het Noorse economische en culturele erfgoed gemaakt.

De Noorse handelsvloot is tegenwoordig een van de grootsten ter wereld. De schepen vervoeren grote hoeveelheden olie, maar de vloot wordt met name gekenmerkt door de uitvoering van bijzondere transportopdrachten, zoals het vervoer van gas, chemicaliën, steenkool en auto’s. Enkele van de grootste en modernste cruiseschepen ter wereld varen ook onder Noorse vlag.

Olie en gas
Noorwegen heeft de afgelopen 25 à 30 jaar een aanzienlijke olie- en gasproductie ontwikkeld en is vandaag de dag een van de grootste olie- en gasexporteurs van de wereld. Een groot deel van het gas dat momenteel in West-Europa wordt gebruikt, is afkomstig uit Noorwegen. De inkomsten uit de petroleumindustrie vormen ongeveer 30% van de totale export van het land.

Olie en gas hebben op allerlei manieren dezelfde betekenis voor de Noorse industrie gehad als de exploitatie van waterkracht in het begin van deze eeuw. Gelijktijdig met de vergroting van de productiecapaciteit hebben de uitdagingen op het Noorse continentale plat een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van kennis en technologie, waarmee de Noorse olie- en gasindustrie boven aan de wereldranglijst is gekomen.

Noorwegen in de wereld
Noorwegen heeft altijd al een naar buiten gerichte en internationaal georiënteerde politiek gevoerd. De eerste bekende Noorse vrijheidsstrijder en internationale conflictoplosser was de poolonderzoeker en diplomaat Fridtjof Nansen (1861-1930). Als Hoge Commissaris voor Vluchtelingen van de Volkerenbond (de voorloper van de VN) leverde hij een bijdrage aan het oplossen van de grote vluchtelingenproblemen en hongersnoodrampen na de Eerste Wereldoorlog en de Russische revolutie. Voor dit werk ontving Nansen in 1922 de Nobelprijs voor de Vrede.

Na de Tweede Wereldoorlog vormen de samenwerking binnen de VN en de speciale organisaties van de VN de hoekstenen van de Noorse buitenlandse politiek.

De positie van Noorwegen op het gebied van de veiligheid is geregeld door het lidmaatschap van de NAVO. Noorwegen vormt de noordflank van de NAVO en is een belangrijk onderdeel van de verdedigingsalliantie.

Noorwegen is geen lid van de EU, maar werkt op tal van gebieden nauw met de EU samen. Ongeveer 80% van de Noorse goederen- en dienstenexport gaat naar de EU-landen. Op het gebied van de buitenlandse en veiligheidspolitiek hebben Noorwegen en de EU brede samenwerkingsbelangen, en de ontwikkeling binnen de EU is daarom voor Noorwegen van grote betekenis. In economisch opzicht wordt de band van Noorwegen met Europa gekenmerkt door de aansluiting bij EER-overeenkomst. Het doel van de overeenkomst is om voor Noorse bedrijven dezelfde concurrentievoorwaarden te garanderen als voor het bedrijfsleven binnen de EU en de basis te leggen voor een nauwe samenwerking op gebieden als milieubescherming, onderzoek en opleidingen.

Noorwegen is lid van de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa (OVSE), het economische samenwerkingsverband OECD, de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en neemt bovendien actief deel aan regionale organisaties als de Barentszraad, waarin milieu, ontwikkeling en atoombeveiliging in de noordelijke gebieden de hoogste prioriteit vormen.

Daarnaast speelt Noorwegen een actieve rol in internationale vredes- en verzoeningsactiviteiten. De sleutelwoorden hier zijn het Midden-Oosten en Midden-Amerika, waar Noorwegen heeft bijgedragen tot afspraken tussen respectievelijk de Israëliërs en de Palestijnen, en tussen de guerrilla en de regering in Guatemala.

De sturende rol van Noorwegen binnen het milieubeleid heeft op velerlei gebied plaatsgevonden door zowel de autoriteiten als door milieubeschermingsorganisaties, maar ook via de voormalige minister-president Gro Harlem Brundtland en haar rol in de door de VN ingestelde Brundtland-commissie voor milieu en draagkrachtontwikkeling.

Ontwikkelingshulp aan landen in de derde wereld op multilaterale en bilaterale basis, o.a. via het VN-systeem en de Wereldbank, staan ook centraal in de Noorse buitenlandse politiek. Noorwegen draagt momenteel met ongeveer 1% van het bruto nationaal product bij aan ontwikkelingshulp, in nauwe samenwerking met vrijwilligersorganisaties die een belangrijke rol in de hulpverleningspolitiek spelen.

Bevolking en taal
Bij de eerste volledige volkstelling in 1769 had Noorwegen 723.618 inwoners. In 1822 passeerde het inwonertal het eerste miljoen. In de jaren 1860 daalde het bevolkingscijfer door moeilijke economische tijden en door de grote emigratiegolf naar Noord-Amerika.

Pas in 1975 passeerde de bevolking de 4 miljoen. Tegenwoordig bedraagt het aantal inwoners ca. 4,4 miljoen, waarvan 32.000 tot de Samische minderheid behoren en 232.000 mensen immigranten zijn.

Met uitzondering van de Samische bevolking, die haar eigen taal en haar eigen cultuur heeft, zijn er in Noorwegen twee gelijkgestelde taalvormen, het bokmål (de boekentaal, gebaseerd op de taalkundige erfenis uit de Deense tijd) en het nynorsk (het nieuwe Noors, gebaseerd op oorspronkelijke West- en Zuid-Noorse dialecten).

De Noorse bevolking is historisch gezien cultureel en etnisch homogeen samengesteld. De grootste etnische minderheid bestaat traditioneel uit de Samen. Hun eigen politieke en sociale instituten, taalonderwijs, cultuur en middelen van bestaan in hun eigen woongebieden zijn na een jarenlange strijd geaccepteerd. De meeste Samen zijn echter in de rest van de samenleving geïntegreerd en er wonen meer Samen in de hoofdstad Oslo dan in de Samische provincie Finnmark.

De afgelopen 30 jaar is het aantal nieuwe etnische minderheiden in Noorwegen toegenomen als gevolg van immigratie, vluchtelingen en werkzoekenden.

Bewoning en communicatie
Noorwegen is een langgerekt land met een geringe bevolking in verhouding tot het oppervlak. Het grootste deel van de inwoners woont in de westelijke en zuidelijke delen van het land. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld het buurland Zweden, heeft Noorwegen een zeer verspreide bewoning, onder andere verbonden met traditionele middelen van bestaan als landbouw en visserij.

Een overkoepelende politieke doelstelling van de kant van de autoriteiten is om de omstandigheden zodanig in te richten dat mensen buiten de steden en grotere dorpen kunnen wonen. Een wijdverbreid netwerk van veerverbindingen, bruggen en tunnels, lokale vliegvelden, scholen, postkantoren en winkels draagt bij aan het instandhouden van dit bewoningspatroon. Noorwegen heeft daarom een dure infrastructuur, die kleine dorpen, eilanden en vissersplaatsen met dichtbevolkte gebieden en grote steden verbindt.

Er is veel geld geïnvesteerd in de ontwikkeling van moderne telecommunicatie via satellieten en ondergrondse netwerken. Het ondergrondse telenetwerk is volledig gedigitaliseerd en Noorwegen is toonaangevend in de wereld wat betreft de uitbouw van fiberoptische lijnen en ISDN-aansluiting. In verhouding tot het bevolkingsaantal heeft Noorwegen – samen met de buurlanden Finland en Zweden – de meeste mobiele telefoonabonnees ter wereld.

Politieke bestuursvorm
Noorwegen is een is constitutionele monarchie. Het van toepassing zijnde staatsbestuur is gebaseerd op de Grondwet van 17 mei 1814, toen Noorwegen uit de unie met Denemarken trad. De Noren die destijds de grondwet schreven, waren sterk beïnvloed door de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd om los te komen van de Britse koloniale macht, en door de Franse revolutie van 1789. De ideeën achter deze omwentelingen waren de soevereiniteitsgedachte voor volken, het machtsverdelingprincipe en de theorie over de onkreukbare rechten van het individu ten opzichte van de staat.
Het Noorse staatshoofd is de koning. De uitvoerende macht ligt overeenkomstig de grondwet bij de koning, maar omdat zijn besluiten in staatszaken mede ondertekend moeten worden door een lid van de regering om van kracht te worden, wordt de regeringsbevoegdheid in werkelijkheid uitgevoerd door het kabinet. Het kabinet is op zijn beurt afhankelijk van het vertrouwen van de door het volk gekozen nationale vergadering, het Storting, het Noorse parlement. Dit is de parlementaire bestuursvorm.

Het Storting wordt om de vier jaar gekozen en bestaat uit 165 vertegenwoordigers. Alle Noorse staatsburgers van 18 jaar en ouder hebben stemrecht bij de parlementsverkiezingen.

Gelijkberechtiging
Noorse vrouwen kregen in 1913 algemeen stemrecht, 15 jaar nadat mannen datzelfde recht kregen. Na verloop van tijd kregen vrouwen steeds betere sociale verzekeringsregelingen en betere opleidingsmogelijkheden en ze gingen steeds meer aan het arbeidsleven deelnemen. De strijd voor de rechten van de vrouw werd in de jaren zeventig heviger en in 1978 werd de gelijkberechtigingswet aangenomen.

Noorse vrouwen hebben de afgelopen 20 jaar een belangrijke rol gespeeld in de Noorse politiek. In 1986 kreeg het land zijn eerste vrouwelijke minister-president, Gro Harlem Brundtland. In haar eerste regeerperiode zaten er 8 vrouwen in het kabinet, en daarna maakte ze vooral indruk binnen de internationale milieu- en gezondheidspolitiek.

De autoriteiten hebben ook een ombudsfunctionaris voor gelijkberechtigingszaken aangesteld die de uitvoering van de wet bewaakt en toetst. Een omvangrijke uitbreiding van openbare en particuliere kinderopvang heeft er ook toe bijgedragen dat vrouwen een betere keuze kunnen maken tussen werken in huis en werken buiten de deur. Tegenwoordig is ongeveer 54% van de Noorse vrouwen fulltime of parttime buitenshuis werkzaam. Jonge vrouwen in Noorwegen hebben vandaag de dag een hogere basisopleiding dan mannen, en meer vrouwen dan mannen kiezen voor een opleiding aan de universiteit of hogeschool. Niettemin zijn er veel meer vrouwen dan mannen werkzaam in beroepen met lage lonen.

Sociale omstandigheden
De gemiddelde levensverwachting voor Noorse vrouwen is 81 jaar, voor mannen is dat 75,4 jaar. De kindersterfte is een van de laagste ter wereld, slechts vier per 1000 geboorten. Deze cijfers weerspiegelen het welvaartsniveau dat sinds 1945 na het einde van de Tweede Wereldoorlog in Noorwegen is opgebouwd. Centraal in de ontwikkeling van het Noorse sociale en gezondheidsstelsel staat de opbouw van het verzekeringssysteem, samengevat in de sociale verzekeringen.

De sociale verzekeringen moeten het verlies van inkomsten vervangen dat ontstaat door werkloosheid, zwangerschap en geboorte, eenouderschap, ziekte en letsel, invaliditeit, ouderdom en overlijden. De sociale hulp is van toepassing als andere particuliere of openbare verzorging niet voldoende is. Opname in het ziekenhuis en andere gezondheidsinstellingen is gratis (met bepaalde eigen bijdragen), en de staat subsidieert de aanschaf van medicijnen voor chronisch zieken. In mindere mate zijn er ook privé-klinieken en andere gezondheidsinstellingen in de grote steden.

De sociale hulp wordt gefinancierd uit de gemeentelijke budgetten en uit subsidies van de sociale verzekeringen door middel van de verzekeringsheffingsbijdrage van de werknemers, de werkgeversbijdrage en subsidies van de staat, onder andere gefinancierd door de inkomsten van de staat uit belastingen en accijnzen op de olie- en gasproductie op het continentale plat. Delen van de olie-inkomsten worden in een fonds gestort ter dekking van toekomstige sociale subsidies.

Naast de inzet in de sociale en gezondheidssector van staat en gemeenten zijn er tal van vrijwilligersorganisaties in het hele land die een belangrijke bijdrage leveren.

School, opleiding en onderzoek
Noorse kinderen hebben – vanaf zesjarige leeftijd – recht op 13 jaar gratis onderwijs aan de basisschool en het voortgezet onderwijs. De eerste 10 jaar zijn verplicht. Voor studenten aan universiteiten en hogescholen worden door de staat leningen en beurzen verstrekt, zowel aan studenten in Noorwegen als aan een voortdurend groter wordend aantal studenten in het buitenland. 25% van de Noorse bevolking had in 1996 een hogere opleiding aan een van de 86 regionale hogescholen en universiteiten voltooid.

De Samische minderheid heeft haar eigen basisscholen, middelbare scholen en leerboeken in het Samisch en een eigen Samische volkshogeschool in Karasjok. Ook wordt uitgebreide scholing in de moedertaal aan immigranten verzorgd.

De laatste jaren is een netwerk van onderzoeks- en opleidingsinstituten opgericht, het zogenaamde “Net van Noorwegen”, dat een bijdrage moet gaan leveren aan een duidelijker verdeling van arbeid en specialisaties binnen de universiteits- en hogeschoolsector.

De Noorse Onderzoeksraad vormt de schakel van de regering met het wetenschappelijke milieu en heeft onder andere als taak om basisonderzoek en toegepast onderzoek te bevorderen. Via de Onderzoeksraad worden subsidies gekanaliseerd voor onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s op het gebied van o.a. mariene technologie en biologie, ruimteonderzoek, milieu en ontwikkeling, atoomonderzoek en informatietechnologie.

Op het terrein van tele- en datacommunicatie en media worden voortdurend nieuwe activiteiten ontwikkeld. Noorwegen is een van de landen met de hoogste investeringen in IT- en teleapparatuur, of er nu per inwoner of in verhouding tot het bruto nationaal product wordt gemeten. De innovatieve werkzaamheden binnen de IT-bedrijfstak zijn op den duur van belang voor verhoging van de levensstandaard en werkgelegenheid in het land.

Geografie en klimaat
Noorwegen wordt gekenmerkt door hoge bergen en fjorden die diep het land insnijden. Bergmassieven bedekken grote gebieden en karakteristieke dalen lopen vanaf de dorpen op het platteland en aan de kust de bergen in.

Ondanks het feit dat Noorwegen hoog in het noorden ligt, wordt het klimaat dankzij zee- en luchtstromen in het Noord-Atlantische zeegebied (de Golfstroom) gekenmerkt door zachte winters. Tegelijkertijd zijn er grote klimaatverschillen tussen landsdelen als Finnmark in het noorden, het westen, het oosten en het zuiden van Noorwegen. In het westelijke deel van het land kruipt de wintertemperatuur zelden onder het vriespunt, terwijl het in het binnenland van Finnmark wel -50º C kan worden.

Het plantenleven is over het algemeen armzalig, zoals te verwachten valt in een land dat zover noordwaarts ligt. Er zijn nauwelijks 2000 soorten bloeiende planten. Loofbossen, die van warmte houden, zijn uitsluitend in de laaglanden van Zuid-Noorwegen te vinden. Groenblijvende bossen bestaan uit dennen en sparren en komen in het hele land voor.

Noorwegen heeft een rijk dieren- en vogelleven. De enige wilde rendierstam van Europa verblijft hier en in de uitgestrekte bossen leeft een groot aantal elanden en reeën. Andere soorten in de Noorse fauna zijn hazen, vossen, wolven, beren, lynxen, herten, sneeuwhoenders, bosvogels, otters, bevers en nertsen. De zeearend is lange tijd met uitroeiing bedreigd, maar broedt tegenwoordig op verschillende plaatsen langs de kust van Noord-Noorwegen.

De meeste zoete wateren in Noorwegen zijn een eldorado voor sportvissers met grote bestanden schar en forel, baars, snoek, witvis, vlagzalm en kwabaal.

De zeefauna varieert sterk van het arctische noorden tot de zuidelijke wateren. In het noorden zijn onder andere tal van zeehond- en walvissoorten te vinden. Op verschillende plaatsen langs de kust worden walvissafari’s georganiseerd.

Op Spitsbergen heerst een bars klimaat en ca. driekwart van de eilandengroep is met ijsgletsjers bedekt. Bijna geheel Spitsbergen is beschermd gebied en voor het rondtrekken op de eilandengroep bestaan strenge regels. Het planten- en dierenleven op Spitsbergen is aan het koude klimaat aangepast en hier treffen we ook de ijsbeer aan – het grootste roofdier van Europa. Op Spitsbergen staan ook enkele van de grootste vogelbergen ter wereld. Rendieren en poolvossen zijn andere veel voorkomende diersoorten op Spitsbergen.

Als onderdeel van de politiek van de Noorse autoriteiten om het biologische veelvoud te bewaren, zijn er tegenwoordig op het vasteland van Noorwegen en op Spitsbergen 18 nationale parken, 86 beschermde landschapsgebieden, 1286 natuurreservaten en 160 andere beschermde gebieden te vinden. 341 waterlopen worden beschermd tegen exploitatie van de waterkracht.

Dak van Europa
Enkele van de bekendste toeristische attracties van Noorwegen zijn de Noordkaap, het noordelijkste punt van het vasteland van Europa, de fjorden langs de westkust, de Samische cultuur in Finnmark, de prachtige, wilde kustlijn van Noord-Noorwegen en de gotische middeleeuwse Nidarosdom in Trondheim, het oudste kerkgebouw in Scandinavië. In dezelfde provincie ligt de bijzondere, oude kopermijnstad Røros en in het westen aan de kust vinden we Ålesund met zijn bijzondere Jugendstilbebouwing.

De Duitse architectonische erfenis uit de Hanzetijd op Bryggen in Bergen heeft de stad een plaats op de World Heritage List van UNESCO bezorgd. De hoofdstad Oslo met het koninklijk paleis, het Vigelandspark, de Akershus vesting en de Holmenkollschans zijn het beginpunt van de meeste reizen in Noorwegen, en de idyllische rotseilandjes langs de zuidkust horen tot het favoriete vakantieparadijs van de Noren.

Al sinds de vistochten van de Engelse zalmlords en de Europese bovenklasse naar Noorse zalmrivieren in de vorige eeuw, is visserij en vrijetijdsbesteding in de openlucht voor vele toeristen een attractie. De Noorse bergen, de nationale parken en het kustlandschap van Noord-Noorwegen worden veel bezocht door buitenlanders die een ongerepte natuur op prijs stellen.

Het dagelijkse leven in Noorwegen
Noren worden vaak als informeel en ongedwongen, maar enigszins gereserveerd beschouwd, en ze hebben een nauwe band met de natuur. De Noren laten zich bij hun vrijetijdsbesteding door de seizoenen leiden, dat wil zeggen dat ze hun activiteiten laten afhangen van de vraag of het zomer of winter is, maar Noren in alle leeftijden houden over het algemeen veel van beweging en actief bezig zijn en beoefenen de een of andere sport.

Hoe besteden de Noren hun vrije tijd?
Over het algemeen kan men zeggen dat Noren lid zijn van veel organisaties: sportverenigingen, vrouwenorganisaties, organisaties op religieuze grondslag, politieke partijen, muziekkorpsen, humanitaire organisaties en amateurtheaters, om er een paar te noemen. De vrijwilligersorganisaties hebben de afgelopen 150 jaar een flinke aanzet gegeven tot verregaande maatschappelijke ontwikkelingen en spelen nog steeds een grote rol in de vormgeving van de Noorse maatschappij en het dagelijkse leven van de Noren.

Niettemin besteden de Noren ook veel tijd (5 uur per dag) aan verschillende media: kranten, internet, weekbladen, radio, bioscoop en tv. Noorwegen is een van de landen in de wereld waar de meeste kranten te koop zijn, met name regionale dagbladen.
De meeste Noren bezoeken de bioscoop en nemen deel aan sportmanifestaties. Daarna volgen bibliotheken, musea en theaters, musicals, cabaret. Vrouwen maken meer van het cultuuraanbod gebruik dan mannen en ze lezen ook meer.

De verstedelijking van de cultuur drijft de Noren de laatste jaren meer uit huis dan vroeger het geval was. Ze gaan vaker naar een restaurant, café en discotheek. Deze levensstijl wordt door de leeftijd bepaald, maar er is een duidelijke tendens dat ook ouderen aan het eind van de twintigste eeuw steeds meer vrije tijd buitenshuis doorbrengen. Wat de ontwikkeling van de sociale contacten betreft, is er – vergeleken met voorgaande decennia – sprake van meer alleenstaanden, minder burencontact en een duidelijke tendens tot een geringere deelname aan politieke partijen.

Kunst en cultuur
Noorse kunst en cultuur worden in het buitenland vaak geassocieerd met een mengeling van de houtsnijkunst en dierenornamentiek uit de vikingtijd, met versiering van staafkerken, rozenschilderingen, volkskledij en klederdrachten en een eigen traditie op het gebied van volksmuziek, die in sommige milieus nog hoogtij viert. Bij dit beeld horen ook de wereldberoemde dramaturg Henrik Ibsen (1828-1906), de componist Edvard Grieg (1843-1907), de schilder Edvard Munch (1863-1944) en de Nobelprijswinnaar in de literatuur, Knut Hamsun (1859-1952). De ontwikkeling van de Noorse schilderkunst, muziek, literatuur en architectuur is uiteraard rijker en uitgebreider dan deze namen vertegenwoordigen.

De schilderkunst, die in de 17e en 18e eeuw voornamelijk uit kerkdecoraties bestond en werd beoefend door Duitse en Deense kunstenaars, vond zijn eigen, Noorse expressie in de landschapschilderingen van de 19e eeuw. Later kwamen naturalisten als Erik Werenskiold en Christian Krogh en expressionisten als Edvard Munch. In het midden van de 20eeeuw drukten persoonlijkheden als de Duitse immigrant Rolf Nesch en Kai Fjell hun stempel op de Noorse schilderkunst. Tegenwoordig doen onder andere Håkon Bleken, Knut Rose en Odd Nerdrum op uiteenlopende manieren nationaal en internationaal van zich spreken.

De nationale opstand tegen de unie met Zweden en het zoeken naar een Noorse identiteit bleken op tal van manieren de inspiratie en drijfkracht voor de Noorse cultuur in de 19e eeuw te zijn. Dat gold ook voor de muziek, waarbinnen de nationaal-romantische vioolvirtuoos Ole Bull grote invloed verwierf. Edvard Grieg maakt in zijn composities ook gebruik van klanken en harmonieën uit de volksmuziek. De internationaal bekendste moderne componist van dit moment is Arne Nordheim. Een groot aantal jonge solisten op het gebied van klassieke muziek en jazz heeft de afgelopen jaren in het internationale muziekleven van zich doen spreken, zoals o.a. Leif Ove Andsnes, Truls Mørk en Jan Garbarek.

Als de gouden eeuw in de Noorse literatuur wordt de periode tussen 1850 en 1900 beschouwd, toen Noorwegen namen als Henrik Ibsen, Bjørnstjerne Bjørnson (Nobelprijswinnaar en tekstschrijver van het Noorse volkslied), Camilla Collett, Amalie Skram en Knut Hamsun voortbracht.

Ibsen en Bjørnson worden samen met de schrijvers Jonas Lie en Alexander L. Kielland tot “de grote vier” van deze gouden eeuw gerekend. De schrijfster Sigrid Undset ontving in 1928 de Nobelprijs. Haar bekendste werk is de middeleeuwse roman “Kristin Lavransdatter”. De bekendste Noorse, internationaal erkende schrijvers van tegenwoordig zijn o.a. Jostein Gaarder en Erik Fosnes Hansen, die van zich hebben laten horen met respectievelijk “De wereld van Sofie” en “Koraal aan het einde van de reis”.

Met dank aan de Noorse ambassade in Den Haag. De tekst is nagenoeg integraal overgenomen van de site van de ambassade.

 

HET KLIMAAT IN NOORWEGEN

 

Noorwegen wordt vaak beschouwd als een koud en nat land in het hoge noorden van Europa. Het land ligt inderdaad op dezelfde breedtegraad als Alaska, Groenland en Siberië. Vergelijkbaar met deze landen heeft Noorwegen echter een gunstig klimaat met veel variaties. Van Lindesnes in het uiterste zuiden tot de Noordkaap in het uiterste noorden omvat Noorwegen meer dan 13 breedte° . Dat is net zoveel als van Lindesnes tot aan de Middellandse Zee. Daarnaast heeft Noorwegen grote verschillen in het aantal zonuren in een jaar. De verschillen zijn het grootst in het noorden van Noorwegen, met haar middernachtszon in de zomer en het ontbreken van de zon in de winter. Daarnaast zorgen ook de bergen en dalen voor lokale klimaatverschillen over relatief korte afstanden.

Er wordt in Noorwegen ook wel gesproken van een kustklimaat of maritiem klimaat aan de kust en een continentaal klimaat in het binnenland, ver van de kust. Daarnaast heeft men een poolklimaat, bijvoorbeeld op Svalbard en in delen van Finnmark. Tot slot kent men ook nog het bergklimaat in Noorwegen, hogerop in de bergen.

Temperatuur  
 

De hoogste gemiddelde jaartemperaturen (gemeten over 30 jaar, van 1960 tot 1990) in Noorwegen vindt men aan de kust van Lindesnes i de provincie Vest-Agder tot het zuiden van Møre og Romsdal. Karmøy heeft de hoogste gemiddelde jaartemperatuur in Noorwegen met 7,7 ° Celcius.
De koudste omgeving in de lager gelegen gebieden is Finnmarksvidda, waar de plaats Sihccajavri een gemiddelde jaartemperatuur heeft van -3,1 ° Celcius. De allerlaagste jaartemperatuur werd in Kautekeino in 1893 en in Sihccajavri in 1985 gemeten: -5,1 ° Celcius. In hoger gelegen gebieden in de bergen komt de gemiddelde jaartemperatuur dikwijls niet boven de -4,0 ° Celcius uit.

De normale temperatuurverdeling in de winter is in twee delen te onderscheiden.
1. Allereerst vindt men hoge temperaturen langs de kust. De hele kust van Lista in Vest-Agder tot de Lofoten in Nordland heeft in de winter een maandgemiddelde dat boven het vriespunt ligt. Maar men hoeft niet ver landinwaarts te gaan om gemiddelden te krijgen die onder het vriespunt liggen. In de regio Sunnmøre (Ålesund en omgeving) vindt men de hoogste gemiddelde wintertemperaturen. Hier vindt men ook de hoogste maximum temperaturen in de winter: Tafjord heeft weleens 17,9 ° in januari gemeten, Sunndalsøra 18,9 ° in februari.
2. Naast de hoge temperaturen aan de kust vindt men lage temperaturen in het binnenland. De laagste gemiddelde maandtemperatuur in de winter treft men aan in Finnmark in het noorden en in het laagland in het noordoosten van Zuid Noorwegen. Finnmark omvat echter een veel groter koud gebied. In het binnenland van Finnmark komen gemiddelde maandtemperaturen in de winter niet boven de -15 ° uit. In januari 1886 werd de laagste minimum temperatuur gemeten in Karasjok: -51,4 ° . Temperaturen van -40 ° en lager zijn zeker geen uizondering op de Finnmarksvidda, in het binnenland van de provincie Troms en in delen van Oost-Noorwegen, ook al heeft men deze temperaturen niet iedere winter.

Zodra de kracht van de zon toeneemt en de sneeuw verdwijnt in de lente, wordt het land sneller opgewarmd dan de zee. Hebben de kustgebieden in de winter de hoogste gemiddelde temperaturen, in de zomer heeft het binnenland hogere gemiddelde temperaturen. Bergen heeft de hoogste gemiddelde maandtemperaturen van Noorwegen in maart en april, Fornebu in Akershus heeft de hoogste temperaturen van Noorwegen in mei.

In de zomermaanden is het normaal het warmst in het zuiden van oost Noorwegen en de zuidkust. Fornebu heeft het hoogste maandgemiddelde med 17,1 ° in juli . In 1901 is de hoogste maandtemperatuur gemeten in Oslo: 22,7 ° . Op 20 juni 1970 werd de allerhoogste temperatuur gemeten in Nesbyen in Hallingdal: 35,6 ° . Door de middernachtszon kan het ook zeer warm in het noorden van Noorwegen worden. Op 23 juni 1920 werd er 34,3 ° gemeten in Sihccajavri in Finnmark. In het binnenland van Finnmark kunnen dus de verschillen tussen zomer- en wintertemperaturen enorm zijn. In Karasjok is het verschil tussen de hoogst gemeten en de laagst gemeten temperatuur 83,8 ° .

In de herfst koelt het binnenland sneller af dan de kustgebieden. Dat betekent dat de hoogste gemiddelde maandtemperaturen in Noorwegen zich verplaatsen van het binnenland naar de kust. De hoogste gemiddelde maandtemperatuur in oktober is in Lindesnes, in november in Rogaland en Hordaland.

Neerslag                                                                                                                                                                                      


 

Gemiddeld gezien valt de meeste neerslag in het gebeid tussen de Hardangerfjord en Møre, het zuidelijk deel van de provincie Møre og Romsdal. Het observatiestation Brekke, ten zuiden van de monding van de Sognefjord, heeft het hoogste jaargemiddelde met 3537 milimeter. Veel meetstations in de omgeving wijken niet veel af van dit gemiddelde. Men gaat er echter van uit dat er enkele gletschergebieden in het westen van Noorwegen zijn waar het gemiddelde rond de 5000 milimeter ligt. Brekke heeft ook de grootste hoeveelheid neerslag in een jaar in Noorwegen gemeten. Dat was in 1990. Er viel toen 5596 milimeter neerslag in één jaar tijd. De regio met de meeste neerslag in het westen van Noorwegen is één van de natste van Europa. Zelfs al is er een markant verschil in de hoeveelhei neerslag per seizoen, is er neerslag het hele jaar door. Er zijn daar geen duidelijke droge of natte periodes, zoals dat in veel andere regio’s wel het geval is.

In het binnenland van oost Noorwegen, Finnmarksvidda en enkele kleinere gebieden langs de Zweedse grens valt er weinig neerslag. De meeste neerslag valt in díe gebieden in de zomerperiode.

Øygården in de gemeente Skjåk staat met gemiddeld 278 milimeter neerslag per jaar onderaan de lijst in Noorwegen. Ook in Dividalen in Troms, Kautekeino en Folldal is er zeer weinig neerslag. De minste hoeveelheid regen ooit is gemeten in 1996 in Saltdal in Nordland. Er viel toen in één jaar tijd maar 118 milimeter regen.

 

ETEN EN DRINKEN IN NOORWEGEN

 

Noren eten op een gewone dag over het algemeen vier maaltijden: ontbijt, lunch, avondeten (middag geheten) en een hapje ’s avonds (kvelds geheten). Deze laatste maaltijd is meer een snack, vaak knackebrød met beleg, wafels of een boterham. Het al dan niet nuttigen van ‘kvelds’ hangt vaak van de familiegewoontes af en simpelweg van het tijdstip van het normale avondeten.

Ontbijt

Brood, brood, brood. Zelfs in de meest beperkte supermarkten is de keuze aan verschillende soorten brood groot en onoverzichtelijk. Op de zak staat vaak aangegeven van welke meelsoorten het brood is gebakken. Wie wit brood wil, moet op zoek naar ’loff’, bruinbrood is er in alle soorten, maten en prijzen. In de supermarkt worden alleen hele broden verkocht en je moet ze thuis zelf snijden. Bij de grotere Meny- en ICA-supermarkten en de gewone bakker is meestal wel een snijmachine aanwezig. Het voorgesneden en verpakte brood dat je in de supermarkt vindt, is meestal lang houdbaar en bedoeld voor de broodrooster of het tosti-ijzer.

Op deze zelfgesneden boterhammen gaat natuurlijk beleg. Naast de soorten die wij kennen, zoals pindakaas, salami, chocoladepasta en jam, bestaat er ook ’typisch Noors’ beleg.

Allereerst is er natuurlijk kaas. Noren eten er jaarlijks per persoon zo’n 14,7 kilo van (Nederlanders 17). Ongeveer 35 procent hiervan is ’brunost’ (bruine kaas). Deze zoetige kaas bestaat uit gekookte koe- of geitenmelk, of een mengsel van deze twee. Er zijn veel verschillende merken en sterktes van brunost, sommige soorten hebben een meer uitgesproken geitensmaak dan anderen. Een variant is brunost met syltetøy, bruine kaas met jam er bovenop.

Daarnaast is er gulost (gele kaas, gewone kaas, zouden wij zeggen). Deze is vaak wat milder van smaak dan Nederlandse kaas. Op de verpakking van sommige merken staat in een piramide aangegeven hoe sterk de kaas is.
Bruin of geel, over smaak valt te twisten. Een ander kaas-aspect waar Noren en Nederlanders het vaak niet over eens kunnen worden is de kaasschaaf. ’Wij’ hebben altijd geleerd dat de kaasschaaf typisch Nederlands is: de Hollandse zuinigheid laat niet toe dat je plakje kaas dikker is dan twee milimeter. Volgens de Noorse overlevering is het echter Thor Bjørklund, meubelmaker uit Lillehammer die dit keukengereedschap heeft bedacht. Hij kreeg er in ieder geval in 1925 patent op.

Vleesbeleg is meestal al gesneden en ligt in de supermarkt voorverpakt in het koelvak, maar soms is er ook een vers-afdeling. Hier en bij de gewone slager is de keuze meestal minder dan in Nederland. Vleeswaren worden vers voor je afgesneden en in vetvrij papier gerold.

Een andere populaire belegsoort is leverpostei. Ook deze komt in blikjes. De smeerleverworst eten de Noren graag met een schijfje komkommer of stukje paprika er op.

Ook bij het ontbijt eten de Noren vis op de boterham. Makreel in tomatensaus is populair, want goedkoop en het wordt bovendien verkocht in handige blikjes of portieverpakkingen. Daarnaast is er een grote keuze in zure haring. De meeste supermarkten verkopen naast de gewone haring ook smaken als haring in tomatensaus, haring in mosterdsaus, met kerrie, met pepertjes of chilismaak.

De haring komt in potjes, terwijl een ander deel visbeleg in tubes is te vinden. Typisch is bijvoorbeeld kaviaar. De Noorse kaviaar die dagelijks op het brood gaat bestaat uit kabeljauweitjes en wordt gemengd met allerlei andere stoffen. Een van de varianten is met mayonaise. Misschien niet helemaal ’dagelijks’, maar ook niet helemaal ongewoon is een boterham belegd met gepelde garnalen of zalm

Het zoete beleg verschilt niet zo heel veel van wat Nederlanders gewend zijn, al kun je natuurlijk geen hagelslag verwachten. Appelmoes, met stukjes appel, staat in de winkels bij de jam en is ook niet ongewoon op de boterham.
Noorse boter is meestal gezouten, en het is handig om hier aan te denken voor je je zoete beleg er overheen smeert…

Gekookte pap, cornflakes of muesli met yoghurt zijn ook in Noorwegen alternatieven voor broodhaters.

Lunch

Waarom 50 kronen uitgeven voor een broodje als je net zo goed je eigen boterhammen kunt smeren, moeten de Noren gedacht hebben toen ze de traditie van de ’matpakke’ invoerden. Of je nu bouwvakker of minister bent: in Noorwegen is het volledig geaccepteerd, wordt misschien zelfs bijna van je verwacht, dat je je eigen boterhammetjes meeneemt. Onderzoek wijst bovendien uit dat 99 procent van de jongste schoolkinderen een broodtrommeltje meekrijgt voor tussen de middag. Deze is gevuld met een paar boterhammen met het bovengenoemde beleg. Deze zijn dan meestal wel versierd met een stukje paprika, een tomaatje of plakje komkommer. Daarnaast nemen zowel jong als oud meestal een stuk fruit mee of een bakje vruchtenyoghurt.

Zelfgesneden boterhammen zijn meestal wat dikker dan machinegesneden en dat is misschien de reden dat Noren enkele, dus niet dubbelgeklapte sneetjes eten. Om te voorkomen dat het beleg van de onderste boterham aan de onderkant van de bovenste boterham plakt, zijn er speciale tussenleggertjes van vetvrij papier te krijgen.

Lunch wordt meestal tussen 11.30 en 12.30 gegeten. De meeste supermarkten, kiosken en tankstations verkopen overigens wel sandwiches of ’rundstykker’ (de helft van een hard bolletje belegd met bijvoorbeeld kaas) voor degenen die ’s ochtends geen tijd of zin hebben een lunchpakket klaar te maken. In kantines op universiteiten en sommige werkplekken is tussen de middag bovendien vaak een warme maaltijd te krijgen.

Avondeten

Wie voor het eerst op een willekeurige doordeweekse dag aanschuift bij een willekeurige Noorse familie om de avondmaaltijd te nuttigen, hoeft zich geen zorgen te maken: informeler kan haast niet. Het is niet normaal om te wachten met eten tot iedereen heeft opgeschept en ’smakelijk eten’ wordt overgeslagen. Vergeet alleen niet te bedanken voor het eten (takk for mat) als je klaar bent.

Ook het gewone dagelijkse avondeten is niet erg speciaal, bijna Hollands: vlees, aardappels en gekookte wortels, vissticks, spaghetti met saus, pannenkoeken, pizza.
Toch zijn er wel wat dingen anders. Omdat mensen relatief vroeg klaar zijn met werken, is het avondeten ook vaak bijtijds, vaak tussen vier en vijf. Gehaktballen zijn hier niet altijd een bal, maar een schijfje en heten kjøttkaker (vleeskoekjes). Aardappels worden in de schil gekookt en pas aan tafel gepeld. Groente kan, zeker als er gehaktballen of wild op het menu staan, vervangen worden door tyttebær, een rode bosbes die met een beetje suiker wordt verwarmd tot een soort saus ontstaat.
Een ander populair vleesgerecht is Joika,ingeblikt rendiervlees in wildsaus. De Noren aten er vorig jaar 2 miljoen van. Ander blikvoer is ’lapskaus’, een soort hachee. Deze mengelmoes van vlees, aardappels, ui, wortel, selderij, vet en kruiden wordt gegeten met flatbrød. Je kunt het natuurlijk ook zelf klaarmaken.

Visliefhebbers komen in Noorwegen volop aan hun trekken. Zalm is niet langer een luxe-dier en volop verkrijgbaar, vaak goedkoper dan bijvoorbeeld kabeljauw. Daarnaast zijn schelvis en koolvis soorten die doordeweeks op het menu staan. De meeste vis wordt gekookt. Vis is ook in blik verkrijgbaar, in de vorm van ’fiskeboller’. Dit zijn een soort visballen van kabeljauw en schelvis, gemengd met melk, aardappelzetmeel, zout en kruiden. Fiskeboller worden gegeten met aardappels. Een variant op de ’boller’ is de fiskepudding die in plakken wordt gesneden en de fiskekaker, een soort viskoekjes om te bakken.

Veel Noren eten ook nog regelmatig wat de ’oudste warme maaltijd’ wordt genoemd: graut of grøt. Dit is een pap of brij die in talloze varianten te maken is: met aardappels, erwten, room, boter, suiker etc etc. Werd het vroeger op het platte land helemaal van verse ingredienten gemaakt, tegenwoordig komt ie meestal gewoon uit een zakje.

Het nationale brood van Noorwegen is van oudsher flatbrød, ongegist en dus plat brood. Het is eigenlijk niet meer dan een flinterdunne, zeer breekbare cracker. Flatbrød of roggebrood maakten tot de tweede wereldoorlog deel uit van elke maaltijd. Tegenwoordig komt er bij het avondeten vaak nog een schaal plat-brood op tafel als deel van de dis.

Een ander traditioneel brood heet lefse. Ze zien er uit als een pita en worden gebakken met melk, karnemelk of room in plaats van met water. De lefse geldt in sommige districten als een traktatie en wordt daar gegeten met boter en suiker. In oost-Noorwegen kan een lefse ook synoniem zijn voor een lompe, een soort pannenkoek die als ’brood’ dient bij een hotdog of rakefisk.

Wie als student wil integreren moet weten wat een Grandiosa, ook wel’grandis’, is. Deze diepvriespizza heeft onder diegenen met een krappe portemonnee een cultstatus verworven, waarschijnlijk omdat je redelijk veel pizza voor weinig geld krijgt en er niet voor hoeft te kunnen koken.

Snoep en snacks

De mars heet ’Japp’ en de Twix nog steeds Raider. Verder verschilt het Noorse snoep niet zo veel van het Nederlandse. Er is zelfs een drop (lakris)-traditie, zij het dat het assortiment minder uitgebreid is dan in Nederland. Hetzelfde geldt voor koekjes en chips.
Het populairste tussendoortje is waarschijnlijk de hotdog (pølse). Deze is vaak voor een schijntje bij kiosken en benzinestations verkrijgbaar en wordt gegeten op een broodje of in een lefse, een soort pannenkoek. Je mag er zelf naar smaak mosterd, ketchup en gebakken uitjes opdoen. Daarnaast zijn Noren grote ijsconsumenten. Twee jaar geleden likten de Noren 893 miljoen kronen aan ijs weg. Het grootste deel hiervan is roomijs en dan nog het liefst het traditionele ’Krone-is’. De keuze aan waterijs (saftis) is bedroevend, maar wordt langzaamaan beter.

Wat smaak betreft schijnen Noorwegen en IJsland tussen Europa en Amerika in te liggen. Dit betekent dat de Noorse markt vaak als proefkonijn wordt gebruikt door bedrijven die willen weten of hun Amerikaanse produkt in Europa aan zal slaan. Een voorbeeld hiervan is de Vanilla Coke die twee jaar geleden ineens overal in Oslo opdook. De vraag is alleen of iemand deze cola met vanillesmaak later in Nederland heeft teruggezien.

 

Bronvermelding:  http://www.norsk.nl 

Gert Rietman de bedenker van Norsk.nl. De site is opgezet voor mensen die interesse hebben om te emigreren naar Noorwegen. Alle informatie die je wilt weten over Noorwegen kun je hier vinden.

Preikestolen

Lysefjord                             Gaustatoppen 1883mtr hoogte.